De beide jongelingen barstten in hevig snikken uit, 쌍문오피 doch Geraert bedwong zich spoedig. Zwijgend staarde hij zijn Vader aan. Maar Nanning schreide zenuwachtig en was niet tot bedaren te brengen.

„Ach Vader, wellicht weet de meester raad en neemt de ziekte spoedig een gunstige wending …” zeide Geraert zacht.

„Neen, neen, mijn kind, zoek mij niet te vleien met een ijdele hoop. Ik voel het te goed, hoe het weldra afgeloopen zal zijn. Doch ik vrees den dood niet, kinderen, want God is genadig. Hij zal zich mijner ontfermen, en spoedig hoop ik uwe lieve Moeder weder te zien. Toch had ik nog zoo gaarne wat langer geleefd om u, mijn kinderen, den weg te blijven wijzen, dien gij bewandelen moet, om hier en hier namaals gelukkig te zijn. Vooral mijn Nanning, mijn jongste. Met droefheid moet ik het bedenken, dat hij nog maar zestien jaar oud is, en dan reeds wees te moeten worden.”

„O Vader, spreek toch zoo niet,” zeide Geraert ontroerd.

„Ja kind, ik moet, want juist over hem is mijn ziel bekommerd; juist zijn jeugd maakt 잠실오피 [23]mij het scheiden zoo moeilijk. Maar Gode zij dank, ik weet dat hij een ouderen broeder heeft, die hem lief zal hebben, die over hem waken zal als een vader, die hem leiden zal. O Geraert, beloof mij dat! Jij, mijn ernstige, trouwe, brave Geraert zult immers voor hem zorgen, hem het kwade aanwijzen, het goede voorhouden. Jij zult immers zijn goede engel zijn?”

Ontroerd boog Geraert zich tot den stervende over. „Ik beloof het Vader, en 창동오피 God hoort mijn belofte. Ik zal over hem waken als een vader, ik zal hem liefhebben als een moeder. Het mijne zal het zijne wezen en met alle kracht zal ik er naar streven zijn goede engel te zijn. Ach Vader, hoe droef wordt het mij te moede bij de gedachte, dat Nan en ik weldra alleen zullen zijn. Zou er geen hulp meer wezen?”

Hij sloeg den arm om den hals zijns broeders en trok hem vol liefde tegen zich aan.

„Ik wist het, mijn zoon,” sprak de grijsaard met een gelukkigen glimlach. „Deze belofte maakt mij het sterven lichter, want ik weet, dat zij u heilig is. Hoe schoon, u beiden daar [24]te zien staan, de jongere steunende op den oudere, elkander de armen om den hals geslagen. O mijn zoons, vergeet dit plechtig oogenblik nooit, waar en in welken toestand gij u ook moogt bevinden. En gij, Nanning, beloof mij, dat gij uw broeder altoos zult 태릉오피 eeren en liefhebben, ook wanneer hij u hard moet vallen en u op uw fouten moet wijzen. Want dan, in zulke oogenblikken, zal uw gemoed in opstand komen, juist als hij het ernstigste deel van zijn taak volbrengt. Beloof je mij dat, Nan? Zal je naar hem luisteren, hem gehoorzamen, en steeds bedenken, dat ik het ben, die door zijn mond spreekt? O, Nan, indien ge dat doet, zal hij in waarheid een goede engel voor je geweest zijn, want dan zal je bewaard blijven voor alles wat slecht is. Beloof je mij dat, Nan?”

In de diepste ontroering knielde Nanning neder. „Vader, ik beloof het u,” sprak hij schreiend; het was hem onmogelijk meer te zeggen. De woorden bleven hem in de keel steken.

„Vaart beiden dan wel, mijn kinderen!” sprak de grijsaard met zoo zwakke stem, dat hij bijna onverstaanbaar was. „God zegene u!” [25]

Toen bedekte een lijkkleur zijn gelaat en zijn hoofd zonk machteloos op zijde.

De beide jongelingen staarden het zwijgend aan. ’t Was een plechtig oogenblik, deze stonde, waarop de ziel zich losmaakte van het lichaam en deze aarde ontvlood.

De oogen sloten zich, en de borst hield op met zwoegen. Een vredige trek daalde op het aangezicht neder, en—alles was voorbij.

Het scheen dat de dood er op gewacht had, dat de grijsaard zijn taak ten einde had gebracht, om hem weg te nemen van de aarde.

„Geraert, mijn broeder, is dat sterven?” vroeg Nanning eerbiedig fluisterend.

„Het wàs sterven, Nan. Vader is dood.”